Er zijn zo van die dagen
1. Gisterenochtend de trein willen nemen naar Brussel, maar blijkbaar stond er heel veel volk op ‘t perron te wachten en waren er weer hier en daar treinen afgeschaft. De trein kwam een kwartier te laat aan, ik heb kunnen rechtstaan tot in Brussel (in de middengang) en op elke volgende halte moesten er mensen blijven staan omdat de trein overvol zat. Twintig minuten te laat in de les (maar da was ni erg, de lerares was ook te laat: vertragingen met de trein).
2. ’s Middags weer naar huis willen gaan, om 12u35 in Brussel Zuid toekomen en dan op de schermen zien staan dat de treinen van 12u17 en 12u39 naar Dendermonde afgeschaft zijn, ze staken ofzo. Enfin, na veel vijven en zessen (ze wisten ni of diene van ‘t volgend uur ging rijden, en ik was niet van plan daar den helen dag te zitten) de metro maar gepakt naar Wemmel en ons moeder mij naar Merchtem laten brengen. Luxehoer dat ik ben.
3. ’s Avonds rond 18u30 was ik onderweg van Merchtem naar Wemmel, ge moogt daar 90, maar nekeer dat den bergop begint is ‘t 10 meter 70 per uur en dan 50. De reden dat ge daar maar 50 moogt ken ik niet (daar is niks te zien) maar kom, de wet is de wet en 50 is 50. Ik kwam daar sneller voorbij en ik los altijd mijn gas in de bergop, dan zijt ge voldoende afgeremd tegen dat ge boven zijt. Ineens hangt er enen in mijn gat met zijn lichten te knipperen. Ola. Dat is precies de politie, uw vriend.
“Goeienavond”
“Goeienavond. Meneer is gepresseerd precies?”
“Ja, ma da is geen excuus. Ik reed een beetje te rap” (nooit de slimmen uithangen of zeggen hoe belachelijk die 50 daar wel niet is. Ge zijt in fout en daarmee gedaan.)
“Een beetje? Ik moest 130 pompen om u in te halen!”
“Jama, ow, ik deed geen 130 he, ge haalde mij in.”
“Ge reed toch zeker 100 of 110, da is ‘t dubbel van wa da mag he man.”
“Ik weet het.”
“Mag ik de boorddocumenten zien alstublieft? Ge moogt de motor stilleggen.”
Crap. Alles bijeenzoeken, alles gevonden, verzekeringspapieren van 2002 tot september 2006, maar het nieuwste exemplaar lag blijkbaar ni in den auto.
“Heu, maggek nekeer in de koffer kijken voor da papier? Want ik vind hier alle jaren behalve het juiste”
“Tuurlijk, meneer”
Ik ga wat in de koffer rommelen en vind aanrijdingsformulieren en van diene zever, maar geen verzekering. Mijn wagen is zeker en vast verzekerd, maar als ge dat papier niet bijhebt dan zit ge in de shit. Ik informeer effe.
“Eneuh, als ik da niet vind, wat dan?”
“Dan leggen we hem aan de keet he meneer.”
“AllĂ©, da gade mij nu toch ni aandoen…”
“Normaal is da takelen he, meneer.”
“Maar euh, als ge mij nu ne kilometer volgt dan ben ik bij ons moeder thuis, da papier zal daar wel liggen”
‘t Was goed, maar ik bel voor de zekerheid nekeer naar ons ma om te zien of ze da wel vindt. Nope, da ligt “ergens” tussen “de papieren”. Ik begon mij redelijk ongemakkelijk te voelen.
“Ik vrees da ik da papier ni heb, maar de verzekeraar is ne maat van mij, ik zal bij hem eentje gaan halen”
“We zullen dat anders op den buro regelen, dan kan mijne collega eten”
Enfin, een uur wachten op den buro later kwam mijn sjoeke toe met mijn papier (nieuw gedrukt, ik heb de beste verzekeraar ever), en diene flik ging ni moeilijk doen had hij beloofd.
“Als ge mij voor 22u uw papieren laat zien dan is ‘t in orde voor mij, en dan laat ik uw snelheidsovertreding ook vallen.”
“Goeien deal, ge zijt gij ne vriendelijke mens.” (Hoewel ik denk dat van die snelheidsovertreding bluf was, hij wist niet exact hoe snel ik reed en had nog geen 200 meter achter mij gereden, ik reed die baan pas op. Maar kom, dan pakken ze u voor roekeloos rijgedrag, in fout zijt ge toch)
Enfin, ‘t is dus in orde, chance dat de flikken van AMOW redelijke mensen zijn, ze hadden mij evengoed een vette boete kunnen geven. Ik heb ’s nachts nog nooit zo traag gereden op de Zijp. Ik zal er maar aan wennen, da is voor iedereen het beste.
3 commentaren February 16th, 2007