In Thailand is het 5 uur later. Gisteren lag ik al wakker van 5u ’s ochtends, vandaag heb ik geslapen tot 6u, maar net als gisteren ben ik al van 6u30 op. En dat tijdens mijn laatste dagen vakantie! Ach, met zo’n goed weer kan de dag niet lang genoeg duren. Leve de jetlag!
We zijn twaalf dagen op rondreis geweest, en hebben een dikke 2000 kilometer afgelegd met een minibus en trein, maar in geen van beiden slaag ik erin te lezen, daar word ik misselijk van. In het vliegtuig lukt het wel, en gedurende de zes dagen strandvakantie ook.
“Heden ben ik nuchter” van Herman Brusselmans vond ik niet zo goed. Ik heb al een tiental boeken van Brusselmans achter de kiezen (ik ben een fan), maar dit boek lag mij minder.
De Blanke Masai van Corinne Hofmann heb ik verslonden. Enkele jaren geleden trokken we op safari naar Kenia, en daar ontmoetten we de Masai, een lokale stam (hierboven foto’s van flickr). Zeer indrukwekkend allemaal. Corinne Hofmann trouwde met een Samburu krijger en leefde vier jaar samen in zijn stam. Als je in contact bent geweest met deze mensen dan is het heel tof om lezen, veel van de gebruiken waarover ze vertelt hebben we daar toen ook gezien.
Er zijn nog twee opvolgers van dat boek, “Terug uit Afrika” en “Weerzien in Kenia”. Het tweede boek was op enkele uren uit en van eht derde boek blijven er nog maar honderd ongelezen bladzijden over. Het eerste en derde boek zijn aanraders, het tweede is iets minder omdat het vooral handelt over haar terugkeer naar Zwitserland, en hoe ze daar aan werk probeert te geraken, de andere boeken gaan meer over Kenia en de Masai.
Na 17 dagen van blogverwaarlozing gaan we er hier weer mee verder.
Vanmiddag om 13u kwam ik thuis, na een lange busrit, wachten op de luchthaven, een vlucht van 12u en dan nog eens wachten op de TGV om van Parijs in Brussel te geraken. Enfin, we zijn thuis, de valiezen zijn al helemaal uitgeladen en de tweede lading vuile was steekt in het wasmachien.
Op vakantie hadden we afgesproken vanavond al iets te gaan eten in ons favoriete restaurant in Brussel, bij Le Patty Pates, daar neemt nu niemand de telefoon op, dus ik zal straks nog eens moeten proberen. We zullen maar op tijd gaan, rond 18u, want in Thailand is het dan al 23u en na de lange reis zullen we het niet meer te lang kunnen rekken vanavond.
Nu effe door de twaalf miljoen mails ploeteren en de achttien miljard ongelezen blogposts in Google Reader snel bekijken. Zeventien dagen is in internettermen een eeuwigheid. (Maar ik moet toegeven dat ik het internet op vakantie alles behalve mis)
Dit is een post die op voorhand werd geschreven, niet live dus. Ik zit op dit moment (hopelijk) in Thailand.
Ik weet niet juist hoe of wat, maar de rondreis zit er op. Nu vliegen we (denk ik) naar Hua Hin, om nog enkele dagen op ons lui gat aan het strand te liggen. Ik ben niet zo een strandligger, ik kan wel een halve dag blijven liggen, met een drankje en een goed boek, maar ik ga liever op ontdekking. Een snorkel van het hotel lenen en gaan duiken, of met de kajak de zee op en naar eilandjes trekken, of een fiets lenen (of scooter huren) en de buurt verkennen, bij de lokale bevolking gaan rondhangen.
Dat doet mij eraan denken, vorig jaar was ik op pad met schoonbroer E. op de fiets, na een half uur fietsen kwamen we in Phuket bij de locals terecht, die nogal raar opkeken. Normaal kwamen daar geen toeristen. We spraken met iemand van ginder (enfin, vooral gebarentaal), die vertelde en toonde ons hoe vreselijk de Tsunami van 2005 zijn huis en dorp had verwoest. Hij had dan maar een nieuw huis gebouwd, naast het oude, daar schoot niet veel van over.
Beelden van vorig jaar:
De moto’s (scooters eigenlijk) waarmee we daar rondtoerden. Het wordt aan toeristen afgeraden om dat te doen, want de verkeersregels worden nergens nageleefd en er zijn geen statistieken van de ongevallen beschikbaar omdat ze niet te tellen zijn. In Bangkok hebben we het ons niet geriskeerd, maar in Phuket verbleven we in een vrij afgelegen hotel en konden we zonder problemen rondtuffen.
Het zijn halfautomatische bakskes van 125cc (het schakelpedaal is tegelijk de koppeling, ge moet dus zacht schakelen om niet te schokken), ge haalt er makkelijk meer dan 100 km/u mee, maar vermits ge daar als bescherming enkel nen omgekeerde pispot op uw hoofd hebt (die nooit past), en in korte broek rondvlamt is dat niet zo’n goed idee. We reden meestal 40 km/u, niet meer, op ons gemak, allemaal met twee op de scooter, de venten aan ‘t stuur en de vrouwen achterop.
De foto is een tankstation in Phuket, ge zegt hoeveel het mag kosten, ze pompen efkes en smijten uwen bak vol. Wat de prijzen waren herinner ik mij niet meer, maar het was twee keer niks; Ik denk dat ge voor nen euro kon voltanken, en daar kwam ge dagen mee toe. Zo’n scooter huren kostte 400 Baht per dag (24u) als ik mij niet vergis, of zo’n 10 euro (1 Baht is ongeveer 1 Belgische Frank).
We zijn zo eens in den donker teruggekeerd van de zonsondergang, en op een zeer drukke baan kreeg ik uiteraard lekke band. Chance dat de garagisten daar constant open zijn, zelfs om 21u, voor nog geen 2 euro had ik een gloednieuwe binnenband.
Dit is een post die op voorhand werd geschreven, niet live dus. Ik zit op dit moment (hopelijk) in Thailand.
De laatste tempel die we op onze rondreis bezoeken is de Wat Doi Suthep (flickr), genoemd naar de berg waar hij opstaat.
Daarna nemen we de nachttrein terug naar Bangkok, dat zou er ongeveer moeten uitzien als het filmpje hieronder (opgepast, irritant en luid geluid). Met het vliegtuig duurt deze trip 50 minuten, maar dat is verschrikkelijk duur, en we hebben al genoeg in ‘t vliegtuig gezeten. Met de bus duurt het 10 uur, als ge ooit aankomt, Thaise chauffeurs zijn geschift. Neenee, geef ons maar de trein, 12 uurkes onderweg, een beetje slapen en genieten van het uitzicht.
Beelden van vorig jaar:
Ge kunt als toerist in Thailand geen twee stappen zetten zonder aangeklampt te worden. Als ze weten dat ge Belg zijt dan beginnen ze in het Frans (alsof dat hier de enige taal is), begin ze te stoeffen met hun foto van Jean-Claude Van Damme en over hoe lekker de Belgische chocolade niet is. Mijn schoonvader houdt dan altijd vol dan Jean-Claude zijn broer is, ze geloven hem zelden maar hij kan zeer overtuigend zijn.
Een Tuk Tuk is een soort taxi dat heel populair is in Thailand, ze brengen u overal naartoe en het kost niet veel, maar als toerist wordt ge natuurlijk altijd in ‘t zak gezet, dus ge moet durven onderhandelen, er zijn er genoeg. Ze rijden overal, duizenden en duizenden, en allemaal willen ze u vervoeren, zelfs als ge nog maar net zijt uitgestapt. Ze rijden ook zelden naar waar gij wilt, uiteindelijk geraakt ge er wel, maar eerst zetten ze u af bij kleerwinkels waar ze buiten op u wachten, daar krijgen ze dan stempels van de eigenaars van de winkel en als ze er genoeg hebben dan worden ze betaald.
Ik wou mij zo nen T-shirt aanschaffen, maar ik vind het nogal beledigend, ge wordt het wel beu van altijd neen te zeggen, maar die mensen proberen ook maar hunnen boterham te verdienen. Thai zijn trouwens ongelooflijk vriendelijke mensen, zeer gastvrij, en niet enkel in de toeristische gebieden. Opvoeding, meneer.